Activiteit en rust

Activiteit en rust

Bewegen is een van de belangrijkste menselijke functies. Het vraagt energie van het lichaam. Wat kun jij als verpleegkundige of verzorgende betekenen voor je patiënt, cliënt of bewoner op dit gebied? In deze blog neem ik je mee naar het kennisgebied activiteit en rust. Ik leg precies uit wat er onder verstaan wordt is en welke mogelijke cliëntproblemen binnen activiteit en rust belangrijk zijn.

Kennisgebieden voor zorgprofessionals zijn belangrijk, omdat het een indeling geeft aan de kennis en specialisatie. NANDA International heeft dertien verschillende kennisgebieden geformuleerd in een taxonomische structuur. Deze kennisgebieden bestaan uit verschillende onderdelen die een deel van de verpleegkundige werkelijkheid beschrijven. Het kennisgebied activiteit en rust heeft dit jaar een update ondergaan naar aanleiding van de nieuwe editie van de NANDA-I verpleegkundige diagnoses en classificatie 2021-2023.

Verderop in deze blog zal ik je meer vertellen over kennisdomeinen in het algemeen en wat jij er aan hebt als verpleegkundige of verzorgende. Ook laat ik je de ontwikkeling zien door de jaren heen en hoe het beroep verpleegkunde zich heeft zich ontwikkeld.

Tot slot geeft ik je de tips van NANDA International als je voor het eerst met een nieuw kennisgebied te maken krijgt.

Wat is activiteit en rust?

Het kennisgebied activiteit en rust gaat over de productie, het behoud, het verbruik of de balans van energiebronnen.

NANDA International (2021)

Het kennisgebied activiteit en rust kun je indelen in vijf grotere groepen.

  • De eerste groep is de slaap en rust. Dat is het sluimeren, rusten, op je gemak zijn, ontspannen zijn of een bepaalde inactiviteit.
  • De tweede groep is het tegenovergestelde: de activiteit en de lichaamsbeweging. Dat is het bewegen van delen van het lichaam, het verrichten van arbeid of het verrichten van activiteiten tegen een bepaalde weerstand. Hierbij moet je denken aan het zitten, staan of verplaatsen, het vermogen zich voort te bewegen, en de lichamelijke gevolgen van inactiviteit, zoals het krijgen van contracturen.
  • De derde groep is energiebalans. Dat is de mix van opname en verbruik van energiebronnen. De energiebron kan te laag zijn, zoals bij vermoeidheid. Maar de energiebron kan ook te hoog zijn, zoals bij het dolen bij dementie.
  • De vierde groep zijn de cardiovasculaire en pulmonale reacties voor de ondersteuning van activiteit en rust. Bij deze processen moet je denken aan de ademhaling en de doorstroming van bloed. Hierbij gaat het om het patroon en het vermogen van ademen. Ook beademing valt in deze groep. Bij circulatie moet je denken aan de bloeddruk, hartminuutvolume en perfusie (naast hart, ook hersenen en perifere weefsels).
  • De vijfde en laatste groep is de persoonlijke zorg. Dit is het vermogen om activiteiten uit te voeren die nodig zijn voor de zorg voor het eigen lichaam en de lichaamsfuncties. Hierbij moet je denken aan bijvoorbeeld het zichzelf te kunnen kleden en wassen, naar het toilet gaan, te eten en huishoudelijke taken uit te kunnen voeren.
Kennisgebieden en concepten

Als je een nieuw kennisgebied ontdekt, omdat je deze term bijvoorbeeld in deze blog voor het eerst tegenkomt, is het belangrijk om je de concepten uit dit kennisgebied eigen te maken. Dat doe je door je onder andere het volgende af te vragen:

Wat is normaal binnen dit kennisgebied? Wat verwacht je te zien bij een gezonde cliënt. Welke fysiologische, psychologische of sociologische factoren zijn van invloed op deze normale patronen.

Als je de concepten binnen het kennisdomein eenmaal goed beheerst, kun je de afwijkingen van de norm gaan bestuderen.

Hoe zoek je naar afwijkingen. Hoe beoordeel je of dit een afwijking is. Zouden er ook andere gebieden aangedaan kunnen zijn die in relatie staat met de gevonden afwijkingen. Wat voor een zaken zouden een verhoogd risico kunnen veroorzaken op een ongewenste reactie. Welke sterke kanten kunnen worden gebruikt zodat dit gezondheidsgebied verbeterd wordt.

Wat zeggen andere verpleegkundigen over deze verschijnselen en wat voor onderzoeken zijn ernaar gedaan?Zijn er klinische richtlijnen voor je praktijk?

De taxonomie van NANDA International

Een taxonomie is een indeling van de verschillende verpleegkundige diagnoses van NANDA International. Je kan ervoor kiezen de labels (dat is de titel van de verpleegkundige diagnoses) op alfabetische volgorde te zetten. Het gevolg is echter dat je moeilijk kan vinden wat je zoekt. De wetenschap achter deze keuze (om de lijst van verpleegkundige diagnoses niet in alfabetische volgorde te zetten, maar te rubriceren in categorieën) heet een taxonomie.

De taxonomie van NANDA International (NNN taxonomie) kent een lange geschiedenis. Er zijn in de afgelopen 50 jaar drie taxonomieën ontwikkeld. Taxonomie II is momenteel de enige officieel geaccepteerde taxonomie van NANDA International.

Ik ga je meer vertellen over de verschillende taxonomieën. Naast Taxonomie II, ga ook in op taxonomie I en III, omdat ze inzicht geven in het verpleegkundig vakgebied en omdat deze wellicht gebruikt kan worden in jouw praktijk of zorgorganisatie.

Taxonomie I

De allereerste taxonomie van NANDA International is in 1987 gepubliceerd. Deze taxonomie bestond uit negen menselijke reactiepatronen. Dat zijn kiezen, communiceren, uitwisselen, voelen, weten, bewegen, waarnemen, omgaan met en waarderen.

Het werd echter steeds moeilijker om nieuwe diagnoses binnen de structuur van de taxonomie te plaatsen. Termen bleken te abstract en niet passend. Tijdens de NANDA conferenties werden daarom nieuwe indelingen besproken, getest en gepresenteerd. De vier laatste voorstellen bleken eigenlijk allemaal niet passend, maar het raamwerk van functionele gezondheidspatronen van dr. Marjory Gordon bleek het beste uitgangspunt te bieden. Met haar toestemming is er door de Taxonomiecommissie van NANDA International dit raamwerk op enkele plaatsen gewijzigd.

Taxonomie II

De aangepaste versie van Gordon’s Gezondheidspatronen, Taxonomie II, is sinds 2002 de opvolger van Taxonomie I en geaccepteerd door de internationale leden van NANDA International.
Taxonomie II bestaat uit drie lagen: het domein, de klassen en de verpleegkundige diagnoses. Elk domein heeft meerdere klassen, zodat elke klasse een groep verpleegkundige diagnoses met een gemeenschappelijke structuur vormt. Alle domeinen en klassen hebben een definitie. Deze indeling zorgt ervoor dat de diagnoses in de taxonomie voor verpleegkundigen vindbaar zijn.

Taxonomieën zijn een reflectie van de tijd. Ze evalueren en passen zich aan aan het tijdsbeeld. Dit gebeurt om verschillende redenen. We leren altijd meer over onze professionele discipline. Waar wij eerst dachten dat iets binnen één kennisgebied thuishoort, blijkt later dat het nauwkeuriger wordt weergegeven in twee verschillende kennisgebieden.

De huidige taxonomie van verpleegkundige diagnoses (editie 2021-2023) bestaat uit 13 domeinen, 47 klassen en 267 verpleegkundige diagnoses.

Taxonomie III

Dr. Gunn von Krogh uit Noorwegen werkte aan een andere indeling van verpleegkundig diagnoses. In eerdere editie zijn nieuwe verschijnselen worden die voldoen aan menselijke reacties gedefinieerd. Veel verschijnselen pasten niet binnen de bestaande taxonomie. Bovendien zijn theoretische perspectieven veranderd, waardoor professionals om hun kennis vanuit een ander perspectief te bekijken.

Haar voorstel is in 2016 voorgelegd aan de leden van NANDA International. Dit voorstel is niet aangenomen, omdat de meeste leden Taxonomie II toch nog beter herkenbaar vonden. De meningen waren echter verdeeld. De taxonomie van Gunn von Krogh is echter een interessante indeling voor verpleegkundige diagnoses en wordt daarom op dit moment verder wetenschappelijk onderzocht op toepasbaarheid en geschiktheid. Wellicht is deze indeling van verpleegkundige diagnoses prima te gebruiken in jouw instelling? Laat mij weten wat je hier van vind!

Door een taxonomie te gebruiken ben je beter in staat mogelijke verpleegkundige diagnoses vast te stellen, omdat de diagnoses bij elkaar in klassen en domeinen zijn ondergebracht die specifieke kennisgebieden betreffen.

De taxonomie wordt enerzijds gebruikt voor een overzicht van de kennis en het praktijkgebied van het beroep verpleegkunde. Anderzijds is het ordening in structuur zodat verpleegkundigen en verzorgenden de logische verbanden kunnen zien tussen verschillende factoren. Met deze verbanden kunnen ze controle houden en kunnen ze tevens zien wàt ze kunnen beïnvloeden. Daarom biedt de taxonomie ondersteuning in het klinisch redeneren.

Related Episodes